PROFIEL

Van stadsymfonieën in verf gestold en gemagimixte vormen
Dit jaar verscheen Paris van Cedric Klapisch, een film waarin de stad voortdurend vanuit wisselende standpunten wordt benaderd: vanuit intieme hoeken: een klein balkonnetje van een van de hoofdrolspelers; vanuit historisch perspectief; via ansichtkaarten van o.a. de Sacre Coeur, of in vogelvlucht gezien. Kortom een film als een mozaïek of collage van de stad. Ik zag een artikel over deze Paris* toevallig een dag nadat ik bij Marjolein van Haasteren op haar atelier was en las het om die reden met meer dan gewone belangstelling. Want de schilderijen die ik net in Leiden had gezien waren heel filmisch van aard, zowel in het onderwerp, in opzet, als in sfeer en kleur.

Een fascinerend onderwerp, maar wat is dat nou eigenlijk DE stad? Het is een vraag die al door veel filmregisseurs is behandeld. De eerste films waren zelfs ware odes aan de nieuwe stad, met prachtige titels als City symphonies of Berlin, die symphonie der Groszsstad. Vaak waren dit monotone reeksen beeldmontages van treinen, stations, fabrieken. Een opeenstapeling van beeldritmes, soms met mensen, maar zelden waren individuen zichtbaar of werden persoonlijke anekdotes aangestipt.

Wat betekent de stad voor jou, vroeg ik Marjolein toen we tussen haar hedendaagse stadssymfonie stonden. Ze vertelde dat ze als een historicus te werk gaat in de bestudering ervan, geïnteresseerd is in de infrastructuur, de architectuur, maar ook in verplaatsbare ruimten, kleine veilige plekken zoals auto’s, caravans.
Dat zien we inderdaad in haar werk terug. Grof gezegd kun je haar recente schilderijen in twee series opdelen:
De zwart/witte of dromerig paars geschilderde steden in vogelvluchtperspectief, afstandelijk benaderd, bijna vanuit de blik van makers: architecten of stedenbouwkundige. En de schilderijen waarin ze inzoomt op details van de stad: flats, een auto, waterplassen: onze directe leefomgeving, waar je -ook al blijven zij onzichtbaar- de aanwezigheid van mensen vermoedt.

Marjolein creëert fictieve steden. Steden die we denken te herkennen, die onderdeel vormen van ons collectieve geheugen, maar die eigenlijk het archetype van de stad zijn. Ze schildert een basisprincipe, dat in de afgelopen millennia niet eens zoveel veranderd is. De stad als centrum in een leegte.

In met name de tweede serie gaat het, net als in de film van Klapisch over het moderne stadsleven. De stad, met haar verschillende onderdelen, details, die bestaat bij de gratie van menselijke aanwezigheid. Er zijn hier geen mensen te zien, maar er broeit in dit werk iets ongrijpbaars menselijks; soms bedreigend, soms geruststellend. Als niet direct herkenbare herinneringen die de schilderijen een complexiteit aan gevoelens geven. Stadslandschappen als “organismen op afstand”, noemt ze het zelf.
De nachtelijke taferelen zijn gestolde momentenopnamen, waarin Marjolein door het gebruik van gitzwarte inkt in combinatie met een acrylverf, verstilling en beweging samenbrengt. De verf zorgt voor het onderwerp, de compositie, de intrigerende licht- en donkerovergangen. De inkt, in uitlopers gestold, lijkt aan het onderwerp te willen ontsnappen en creëert een eigen verhaal op de voorgrond.

Binnen de hedendaagse schilderkunst is de invloed van film en fotografie niet meer weg te denken. Met dit werk past Marjolein van Halsteren in een stroming van hedendaagse schilders die zich eerder opstellen als een soort fictieschrijvers, die de werkelijkheid als uitgangspunt nemen, maar deze verdraaien, vergroten, en net zo lang uit elkaar trekken totdat er op hun doeken beelden ontstaan die de fotografie voorbij gaan, zo schreef een kunstcriticus onlangs.


En dat is wat we in deze schilderijen zien. Hier worden verhalen verteld over de stad en de nacht: de combinatie voor herinneringen, en vermoedens van geheime gedachten en levens. Waar een filmregisseur duizenden beelden voor nodig heeft, weet deze kunstenaar een zelfde complexiteit met overtuiging in verf te vatten. Het stadslandschap als een symfonie in verf gestold.
Of om het in Marjolein van Haasterens eigen woorden te omvatten (waarmee een nieuw woord aan onze taalgeschiedenis wordt toegevoegd: “Mijn werk is een GEMAGIMIXTE vorm van mijn liefde voor filmische beelden, actualiteit en geschiedenis, gegoten in een nieuw soort herinnering”.

Nicole Roepers, 2008

(Projectmanager Actuele Kunst Stedelijk Museum de Lakenhal Leiden)

 
© 2005 Marjolein van Haasteren | steviger!